Waterkwaliteit: wat weten we?

Gepubliceerd op 27 april 2024 om 13:45

In de majestueuze villa Marialust in het het prachtige Verzetsstrijderspark in Apeldoorn, kwam het SFVI consortium bijeen. Voordat we in het TKI project Straatwater Filtratie voor Infiltratie (SFVI) nieuwe kennis gaan genereren, halen we eerst bestaande kennis op binnen het consortium door middel van vier workshops. De eerste workshop vond plaats op 23 april 2024 in Apeldoorn en ging over de kwaliteit van regenwater. Wat weten we al?

Onderzoek van KWR

Bas de Grift van KWR trapte af. Hij gaf een overzicht van onderzoeken die internationaal gedaan zijn naar de kwaliteit van regenwater. De meeste studies wijzen op een breed scala aan Organische Micro-Verontreinigingen (OMV's):  gemiddeld 73 per studie, waarvan 25 pesticiden zijn.

Veel milieuonvriendelijke stoffen zitten in de banden en coatings aan de onderkant van voertuigen. Is die vervuiling goed in kaar te brengen? Daarvoor moeten we kijken naar welke vervuiling gebonden is en welke vervuiling is opgelost. Voor veel stoffen is die verdelingscoëfficiënt goed te voorspellen m.b.v. modellen zoals BIOWIN en OPERA. Dat geldt echter niet voor geladen deeltjes. Daarbij wordt de adsorptie aan de bodem onderschat. Wel is de tijd waarin vervuiling op een natuurlijke manier wordt afgebroken aardig te voorspellen a.d.h.v. de molecuulstructuur van de vervuiling, zolang het in een zuurstofrijke omgeving is. Voor zuurstofarme omgeving werk dat minder goed. Het is dus nog niet zo makkelijk om de kwaliteit van regenwater te meten. Er zijn ook zoveel stoffen. Welke kun je meten en welke moet je meten om tot een goed beeld van de vervuiling in het regenwater te komen? KWR maakt clusters van stoffen die op elkaar lijken. Er moet nog worden uitgezocht hoe groot die clusters idealiter zouden moeten zijn en welke indicator stoffen dan daadwerkelijk gemeten zouden moeten worden. 

Blik van Vitens

Jelle van Sijl nam het presentatiestokje over namens Vitens. Hij benadrukt dat het meeste drinkwater van grondwater wordt gemaakt. Daarbij staat zowel de kwantiteit als de kwaliteit van drinkwater onder druk. Als alle steden gaan afkoppelen van het rioolsysteem, dan wekt dat hun interesse. Daarbij ziet Vitens graag een gebiedsgerichte afweging: waar kan het wel en waar kan het niet? De Provincie Utrecht heeft bijvoorbeeld een leidraad voor verschillende typen bedrijvigheid waarvoor je wel en niet af kan koppelen.

De praktijk in Arnhem

Verstopping is bij veel infiltratiesystemen groot probleem. Eric Laurentzen van de gemeente Arnhem nam ons mee in hoe alle infiltratievoorzieningen in Arnhem behoorlijk snel achteruit gaan. Het zijn niet goed bereikbare/vervangbare geotextielen in conventionele infiltratieputten die op den duur verstoppen. Ze beschermen daarmee de ondergrond tegen vervuiling, maar stoppen uiteindelijk de infiltratie. Voorzuivering kan helpen, maar kleine fracties vervuiling stromen uit. Zeker op hellingen gaat de vervuiling sneller.

Infiltratieriolen die zwaar worden belast functioneren uiteindelijk helemaal niet meer. Er wordt opgemerkt dat het fijne vuil zich in een dichte laag aan de buitenkant (van 2 cm) rond het infiltratieriool bevindt en niet heel ver de omliggende bodem in spoelt. Het zou goed zijn om de 52.000 kolken die Arnhem rijk is eerder te laten reinigen, maar dat is kostbaar. Voor de kleine fractie zou het beter zijn om water langzamer te laten stromen in de buizen, maar hemelwater wil je juist snel afvoeren. Daar moet SFVI rekening mee  houden.

 

"Als het filter niet uiteindelijk verstopt, dan is het geen filter. Dan is het een buis."

Joris Voeten, onderzoeker Nature-based Solutions stedelijk gebied.

 

Eric geeft ook aan dat een kader over microplastics in Nederland ontoereikend is. Je kan wel op EU-niveau kijken, maar in Nederland is die stoffenlijst weer aangepast. Er worden verschillende concentraties van allerlei soorten microplastics gevonden, maar welke concentraties zorgelijk zijn, is niet gemakkelijk te achterhalen. 

Consortiumworkshops

  • Consortium workshop 1: Regenwaterkwaliteit. 23 april 2024 09:00 - 12:00 uur, Apeldoorn
  • Consortium workshop 2: Wet- en regelgeving. 12 juni 2024 13:00 - 17:00, Arnhem
  • Consortium workshop 3: Bestaande ontwerpen. 17 september 2024 13:00 - 17:00, Nijmegen
  • Consortium workshop 4: Materialen en ontwerp. 09 oktober 2024 09:00 - 12:00, Hilversum 

Foto credits: Joris Voeten

Veldbezoek Apeldoorn

Onder leiding van Bernie ter Steege (gemeente Apeldoorn) bezochten we een Aerfit locatie in de buurt met het HWZI hemelwater infiltratiesysteem. In Apeldoorn is behoorlijk geëxperimenteerd met verschillende systemen en configuraties; allemaal voorbeelden van filtratie voor infiltratie. De ervaringen die in Apeldoorn zijn opgedaan, nemen we mee in het SVFI project. 

Foto credits: Joris Voeten

Algemene Pointers voor het Innovatieve filter

Uit alle workshops, presentaties, dicussies en gedeelde kennis een aantal zaken waar we met de filter-innovatie rekening moeten houden:

- PAKS binden zich vrij snel en goed aan bodem en organisch materiaal, en zijn minder mobiel

- PFAS is zeer mobiel. Bij PFAS gaat het niet alleen om aanwezige PFAS,maar ook om de totale hoeveelheid PFAS die ontstaan na de afbraak (opknippen) van langere moleculen waar PFAS componenten in zitten. In 1 studie was de PFAS concentratie na oxidatie (afbraak) van 71,7 ng/l gestegen naar 1840 ng/l.  

- een bodempassage is een effectieve manier om een groot aantal verontreiniginegn al te verwijderen. 1 meter bodempassage geeft goede resultaten (duin en oeverfiltratie), waar de meeste apsorptie in de bovenste laag zit. hoe veel, moet nog verder uitgespit worden. 

- een zuurstof- of redox gradient in die bodempassage (van veel naar geen zuurstof) bevordert het afbraakproces (nitrificatie)

- een sliblaag op een bodempassage of zandfilter verbetert de werkingvan het filter, met de volgende kanttekeningen: een nieuw filter zonder sliblaag heeft (geschat) 3-6 maanden nodig om een sliblaag te vormen, te veel slib remt de infiltratie te veel, te weinig slib is ook niet goed en veel van de verontreiniging eindigt ook in het slib.

- de bacterien in natuurlijke filtersystemen zijn hoogstwaarschijnklijk belangrijker dan de filternaterialen waar de bacterien zich op of in bevinden.

- het enten van bacterieculturen lijkt weinig zinvol, omdat uiteindelijk de jusite locatie en waterkwaliteit- specifieke bacterien de overhand krijgen.   

- bij hemelwatersystemen is een first flush benadering een goede optie, die nog niet succesvol of veelvulidg wordt toegepast. 

- de factoren tijd, debiet en stroomsnelheid moeten in balans worden gebracht met de tijd voor afbraak en sorptie processen, zonder wateroverlast te veroozaken, omdat regen nu eenmaal verschillende intensiteiten en hoeveelheden kent.

- Bij KWR kunnen in 1 meetpassage 69 verschillende stoffen gemeten worden, waarvan in andere onderzoeken er 38 als indicatorstoffen gemeten zijn. welke stoffen voor SFVI van belang zouden kunnen zijn moet nog bepaald worden. 

- voor duurzaam gebruik van welk een filter dan ook is goed onderhouid en gedegen beheer van het grootste belang. Daar kun je ook niet op bezuinigen zonder afname van de werking van het filter of de infiltratievoorziening

- vuillast en levensduur zijn direct aan elkaar gekoppeld. voorzuivering EN stroomvertraging is daarom essentieel. End-of-pipe 'solutions' zijn dus niet echt een solution: opvangen, filteren en infiltreren zo veel mogelijk op locatie.

- microplastics drijven: daar moet je met een filter rekening mee houden. 

 

 

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.