Wet- en regelgeving consortiumworkshop: wat weten we?

Gepubliceerd op 8 juli 2024 om 12:28

Op woensdagmiddag 12 juni kreeg het consortium in het TKI project Straatwater Filtratie voor Infiltratie de kans om met elkaar meer te leren over wet- en regelgeving rondom straatwater filtratie voor infiltratie. Met een spectaculair uitzicht hoog in het stadskantoor van de gemeente Arnhem, werd samen met online deelnemers gesproken over de omgevingswet, regelgeving in het buitenland en de praktijk in Nederland.

Drinkwaterbedrijven maken zich namelijk wel zorgen. Ze hebben een zogenaamde ‘zorgplicht’, maar hoe gaat die zorgplicht concreet ingevuld worden? En zijn er plichten bij het infiltreren van straatwater waar we op moeten voorsorteren? Daar wilden we tijdens deze workshop meer helderheid in krijgen met presentaties van Lizzy Augustinus (FLO legal), Neomy Zaquen (ROCKWOOL) en Ron van Haperen (Waterschap Brabantse Delta).

Infiltreren of lozen

Wist u dat infiltratie in de Omgevingswet is gedefinieerd als directe aanvulling van het grondwater door in de bodem te brengen met het oog op terugwinning? Infiltratie is daarmee onderdeel van een onttrekkingsactiviteit. En lozen betekent enkel ‘zich ontdoen van het water’. Lozen is daarmee een milieubelastende activiteit. Afstromend hemelwater kan tenslotte nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. Het is belangrijk om het begrip infiltratie zoals dat in het normaal spraakgebruik wordt gehanteerd, duidelijk te onderscheiden van de juridische definitie van wateronttrekkingsactiviteit waarbij het begrip infiltratie dus alleen wordt gebruikt als ook sprake is van terugwinning.

Europese regelgeving

De belangrijkste Europese regels staan in de Kaderrichtlijn Water. Doelstelling is het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater. De EU-lidstaten moeten deze ‘goede toestand’ uiterlijk in 2027 realiseren. De Grondwaterrichtlijn vult de chemische aspecten van de Kaderrichtlijn Water verder in voor Europa. In de Grondwaterkaderrichtlijn staan alleen grondwaterkwaliteitsnormen voor nitraat en bestrijdingsmiddelen. Voor de chemische kwaliteit van oppervlaktewater richten we ons op de Europese Richtlijn prioritaire stoffen. Daarin staat een veel langere lijst met vervuiling en bijbehorende kwaliteitsnormen dan in de Grondwaterrichtlijn.

In stedelijk gebied is een andere lijst met verontreiniging van toepassing. Daarin staan een aantal parameters genoemd met bijbehorende maximale concentratie, maar voor een aantal parameters ook een verplicht minimaal reductie percentage. Als je kunt aantonen dat je een bepaald percentage afname hebt bereikt, dan kan dat goed genoeg zijn en mag de maximale concentratie overschreden worden.

Deregulering in Nederland

Bij invoering van de nieuwe Omgevingswet heeft er deregulering plaatsgevonden van rijksniveau naar gemeenten en waterschappen. Zij hebben diverse instrumenten tot hun beschikkingen voor waterbeheer, waaronder de gemeentelijke omgevingsvisie, het programma, het omgevingsplan en de waterschapsverordening. Dit biedt gemeenten en waterschappen als het goed is wel meer beleidsvrijheid dan voorheen. Het nadeel is dat er dan meer afstemming nodig is tussen waterschap en gemeente en dat er meer juridische expertise op lokaal niveau aanwezig moet zijn om lokale regels goed te kunnen opstellen en/of duiden.

Taakverdeling

Het Rijk zorgt voor voldoende bergings- en afvoercapaciteit van grote rivieren en is het bevoegd gezag voor lozing van hemelwater op rijkswater. De provincie voorkomt regionale wateroverlast en wijst grondwaterbeschermingsgebieden aan. Het waterschap is het bevoegd gezag als het gaat om lozing van hemelwater op regionaal water. Ook zijn zij verantwoordelijk voor het zuiveren van stedelijk afvalwater, ook waar hemelwater is vermengd. De gemeente heeft een hemelwatertaak: het inzamelen en verwerken van hemelwater voor zover doelmatig en voor zover de perceeleigenaar het niet zelf kan verwerken.

Situatie in Duitsland

In Duitsland is het bij nieuwbouw verplicht om regenwater te filtreren. Zwaar vervuild water dat op grondwater uitkomt, moet altijd door een centrale afvalwaterzuivering worden gezuiverd. In andere gevallen kan een decentraal systeem worden toegepast. Daarbij moet het filter ten alle tijden toegankelijk zijn voor inspectie en elke vier jaar worden gereinigd of vervangen. Het filter moet onderdeel van een gecertificeerde totaaloplossing zijn. Voor lozing op oppervlaktewater wordt alleen naar vaste deeltjes gekeken. Het filter moet voor alle vervuilingscategorieën 80% reductie laten zien voor drie verschillende bui intensiteiten in een laboratoriumtest in een onafhankelijk testinstituut. Boven 15L/(s*ha) mag het water wel door een bypass gaan en direct op het oppervlaktewater geloosd worden. Voor lozing in grondwater mag alleen licht en matig vervuild water door decentrale systemen worden behandeld. Daarbij moet het filter voor vaste deeltjes, opgelost koper, opgelost zink en minerale oliën een bepaalde minimale afname bereiken.

Situatie in Denenmarken

In Denemarken krijgen filtreersystemen geen certificaten, maar moet je kunnen aantonen dat het filter minimaal even goed werkt als een wadi, door de in- en uitstroom een jaar lang te monitoren. Voor lozing op oppervlaktewater wordt niet alleen naar vaste deeltjes gekeken, maar ook naar een reductiepercentage van het filter voor koper, zink, fosfaat, stikstof, COD en BOD. Dit is overeenkomstig met de Europese Richtlijn stedelijk afvalwater. Voor lozing op grondwater komen daar nog een aantal PAKs bij.

Vergelijking Duitsland - Denemarken

In Duitsland worden minder parameters getest dan in Denemarken, maar in de praktijk blijkt het wel makkelijker te zijn om in Denemarken een filtersysteem toe te mogen passen dan in Duitsland. Dat komt omdat het filter in Duitsland in het laboratorium voor individuele componenten aan de normen moet voldoen, terwijl in Denemarken in een veldproef een combinatie van stoffen beter wordt tegengehouden dan individuele componenten.

Infiltratie in de praktijk

Tijdens de workshop krijgen we ook een inkijk in wat er speelt in een waterschap. Waterschap Brabantse Delta werkt op dit moment nog met de ‘oude’ landelijke regels die in de Waterschapsverordening staan, waarbij waterkwaliteit minder aandacht krijgt. Wel moet de aanvrager beschrijven welke maatregelen er worden getroffen om negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem te voorkomen. Daarbij wordt verwezen naar de Bkl. Er wordt alleen een omgevingsvergunning verleend als stoffen in lagere concentraties voorkomen dan in Bijlage XIX onder A van de Bkl, het oude Infiltratiebesluit. Geldt dat ook voor lozingen? Hierover blijkt een kennistekort bij de Unie van Waterschappen aanwezig te zijn. Ook binnen het waterschap zijn onvoldoende kennis en gegevens in huis om hun taken op een voldoenende manier uit te kunnen voeren. Daarnaast vindt er onvoldoende afstemming tussen andere overheden plaats. De wet- en regelgeving zit ingewikkeld in elkaar, maar als we meer samenwerken, dan hoeven we niet allemaal met eigen specialisten het wiel steeds opnieuw uit te vinden.

Conclusies voor filterontwikkeling

Door de decentralisatiestap krijgen gemeenten en waterschappen in Nederland meer instrumenten in handen om infiltratie van hemelwater zelf te reguleren. Er lijkt geen duidelijke nationale regelgeving rondom waterkwaliteit voor lozing van hemelwater te zijn, tenzij er in de omgevingsverordening een koppeling naar Bkl bijlage XIX wordt gemaakt.

Vragen die gesteld moeten worden bij het ontwikkelen en implementeren van straatwater filtratie voor infiltratie:

  • Ga ik lozen (milieubelastende activiteit) of infiltreren (wateronttrekkingsactiviteit)?
  • Gelden er regels op grond van de provinciale Omgevingsverordening (bijvoorbeeld omdat de activiteit plaatsvindt in een een grondwaterbeschermingsgebied)?
  • Welke regels staan er in:
    • De Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Rijk)?
    • De Omgevingsverordening van de provincie?
    • De waterschapsverordening van het Waterschap?
    • Het omgevingsplan van de gemeente?

In Duitsland handhaven alle bestuursniveaus dezelfde normen en waarden. Daar is het duidelijk. In Nederland is het meer locatieafhankelijk. Voor SFVI moeten we pragmatisch zijn. Volgens de workshopdeelnemers lijkt het Duitse lijstje met geëiste minimale filterprestaties het meest redelijke van wat er tijdens de workshop besproken is, ook al staan er zorgwekkende stoffen niet op, zoals microplactics. Maar als we alle zorgwekkende stoffen meenemen met ‘one out all out’, dan gaat het in Nederland nooit lukken. Dus voor de SFVI filter willen we wel breed testen, maar bij het meten van te hoge waardes daar de filter niet helemaal op afkeuren. Zeker niet in de vroege innovatiefase van het filter waarin we nu nog zijn.

Het consortium ziet wet- en regelgeving in Nederland graag als volgt voor zich in de toekomst: voor grondwater is provincie het bevoegd gezag. Zij dragen de gemeente op dat zij een beheer-, onderhouds- en monitoringsplan (BOM) opstellen voor alle afkoppelvoorzieningen die zij beheren. Daarbij geeft de provincie een lijst met stoffen en grenswaardes waar op getoetst moet worden. Als gemeentes geen verplichting hebben, dan zullen ze waterkwaliteit van hun afkoppelvoorzieningen namelijk niet vanzelf gaan monitoren. Met een opdracht van de provincie kunnen beheerders naar hun Raad, om geld op te halen voor het opstellen en uitvoeren van de BOM. Daarmee houden we ons grondwater, oppervlaktewater en drinkwater zo schoon mogelijk in de transitie naar meer natuurlijke en robuuste waterbeheerssystemen in onze steden.

Schermafbeelding van de introductiepresentatie van Gijsbert Cirkel, KWR.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.